Snel zoeken


Uitgebreid zoeken

Likeuren: Be(e)renburg, de historie

Kennis ten aanzien van geneeskrachtige kruiden is waarschijnlijk al zo oud als de mensheid zelf. Zeker is in ieder geval dat men in vele culturen al eeuwen voor het begin van onze jaartelling de geneeskrachtige werking van verschillende soorten planten en kruiden benut. Zo ook in onze westerse cultuur. De kruiden werden in beginsel gewoon door de gebruikers zelf in de vrije natuur geplukt. Langs de waterkant groeide bijvoorbeeld kalmoeswortel. Dit plantje bleek goed te zijn tegen maagklachten, kiespijn en tandvleesaandoeningen. Waterdrieblad vond men in moerasachtige gebieden. Het was een medicijn tegen spijsverteringsstoornissen en werkte bovendien koortsverlagend. Vanaf de zestiende eeuw, is het bereiden van geneeskrachtige dranken met behulp van gedistilleerde alcohol steeds meer in gebruik geraakt. En daarmee komen we dan op het ontstaan van de zogenaamde kruidenbitters. De kruidenhandelaren, de drogisterijen uit die tijd, deden met behulp van deze trend steeds betere zaken. Ze leverden kant en klare kruidenmengsels, variërend van 12 tot soms wel 70 verschillende soorten kruiden. Mensen konden deze dan zelf laten trekken op bijvoorbeeld jenever of brandewijn. De op deze manier verkregen 'medicinale' drank diende mensen te behoeden voor kwalen als maagpijn, benauwdheid en allerlei andere pijntjes. Het spreekt voor zich dat men niet persé ziek hoefde te zijn om van een goede kruidenbitter te kunnen genieten. Onder de (Zuiderzee)schippers, die vaak een hard bestaan leidden, was kruidenbitter zeer populair. Het geestrijke vocht staat dan ook van oudsher bekend als schippersdrank. Het plukken van geneeskrachtige kruiden was bij deze bevolkingsgroep trouwens altijd al de gewoonste zaak van de wereld. Tijd om ziek te zijn had men niet en het kopen van medicijnen was om financiële redenen niet aan de orde.Met de opkomst van de toenmalige kruidenhandelaren werden ook door de schippers vaak kant en klare kruidenpakketten gekocht. Zoals bijvoorbeeld bij kruidenhandelaar Hendrik (of Hendrik-Jan) Beerenburg, woonachtig in het Amsterdamse, vlak bij de Haarlemmersluis. De oorsprong van Beerenburg ligt, en daar zijn alle partijen het over eens, in Amsterdam. De datum van samenstelling mag ruwweg gesteld worden tussen 1724 en 1760. De naam Beerenburg is namelijk zichtbaar een samenstelling van de woorden 'beer' en 'burg' (=burcht). Het huis dat deze Hendrik zich in 1724 verwierf staat nog steeds aan de hoofdstedelijke Stroomarkt nr. 9 en wordt gesierd met een fraaie puibalk en een geveltop bekroond door een soort schaaktoren waaruit een beer te voorschijn komt. Hendrik was een kruidenhandelaar die voornamelijk kruiden betrok uit de dogenrepubliek Venetië, waar al eeuwenlang een levendige handel in oosterse kruiden plaatsvond. Vandaar dat in de puibalk het wapen van Venetië, met een gevleugelde leeuw van San Marco (Sint Marcus), vereeuwigd is. Onder deze afbeelding staat te lezen: 't Wapen van Venetien. Tot aan het einde van de zeventiger jaren was bij een verre nazaat van deze Hendrik, ene mevrouw van Deventer, deze kruidenmelange voor het vervaardigen van Beerenburger nog steeds te koop, voor de somma van f 2,50 per pakje. Goed voor het vervaardigen van 2 liter kruidenbitter of kruidenwijn. Naar waarheid dient gezegd te worden dat deze mevrouw de kruiden betrok van de firma Jacob Hooy, evenals het gros van de distillateurs die zich toen en nu bezig hielden met het maken van Beerenburg.De Friese schippers die met hun skûtsjes naar de bollenstreek voeren moesten daar worden geschut. Veel schippers maakten dan van de gelegenheid gebruik om in de winkel van Hendrik Beerenburg een zakje kruiden te kopen om deze te laten trekken op jenever, wijn of brandewijn. Hoe 'Egte' Beerenburg dient te smaken is natuurlijk niet meer te achterhalen om de doodeenvoudige reden dat er geen monsters uit de 18e eeuw voorhanden zijn. De meest zuivere benadering zal bestaan uit het aanschaffen van een pakketje Beerenburgkruiden van Jacob Hooy en deze vervolgens een maand of 5 tot 6 op brandewijn of moutjenever laten trekken, zonder er suiker aan toe te voegen en verder niets, behalve rustig afwachten, zoals een tijdgenoot van Hendrik Beerenburg was ene Fedde Sonnema, gevestigd in Dokkum deed. Deze Fedde Sonnema was eigenlijk één van de eersten die begon met het distribueren van een zelfgemaakte kruidenbitter. Hij liet op een gegeven moment 71 verschillende soorten kruiden, in een strikt geheime samenstelling, 24 uur lang trekken in een pot met alcohol. De geheel eigen, karakteristieke kruidenbitter die hierdoor ontstond bracht hij vervolgens met succes aan de man. Het verzamelen en drogen van al die kruiden was een heidens karwei, terwijl de vraag naar zijn specifieke kruidenbitter alsmaar bleef stijgen. Op een gegeven moment kwam hij in contact met Hendrik Beerenburg en misschien was dat wel omdat deze inmiddels een behoorlijke reputatie had opgebouwd bij veel Friese schippers. De twee kwamen overeen dat Beerenburg voortaan de kruiden zou gaan leveren aan Sonnema, die in ruil daarvoor een deel van de geheime samenstelling van zijn kruidenmengsel moest prijs geven. Fedde deed goede zaken, dat laat zich raden. En uit dank voor de goede samenwerking noemde hij zijn kruidenbitter 'Sonnema Berenburg'. Waarom Berenburg met één 'e'? Tot op de dag van vandaag wordt dat toegeschreven aan zijn eigenzinnigheid. De Friese kruidenbitter had in ieder geval uiteindelijk een naam. Deze naam, Be(e)renburg, werd voortaan de herkenbare merknaam voor de kruidenbitter in het algemeen. Tegenwoordig is de firma Sonnema, indertijd gefuseerd met Plantinga, gevestigd in Bolsward. Sinds 1988 is het mogelijk de fabriek te bezichtigen tijdens speciale rondleidingen. Er is een Be(e)renburgmuseum ingericht, met allerlei attributen die vroeger werden gebruikt tijdens het distillatieproces. Tevens krijgt men een blik in de distilleerderij en de daar aanwezige kruidenzolder. En dit is vrij uniek gezien de waas van geheimzinnigheid waarin tot op de dag van vandaag de verschillende soorten Be(e)renburg en de recepturen zijn gehuld. Ook bij de Weduwe Joustra in Sneek, Boomsma in Leeuwarden, de firma Hooghoudt in Groningen en in de museumwinkel van Meekma (Bols) in Leeuwarden wordt belangstellenden de gelegenheid gegeven om het maken van Be(e)renburg eens van dichtbij te bekijken. Opmerkelijk detail bij Meekma is nog, dat de kruiden eerst getrokken worden (foto boven) en dat het extract later gemengd met alcohol nog geruime tijd narijpt op houten vaatjes, voordat wordt gebotteld in de klassieke VOC-kelderflessen. Flessen die een brede bovenkant hebben en vervolgens naar de voet toe taps toelopen. Een goed doordachte vorm, aangepast aan het transport in die tijd, want de flessen werden verpakt in rieten 'kokers' in kisten die de officieren mee aan boord namen.

Uw stem telt!

Hoe vaak bezoekt u onze website?

Getting poll results. Please wait...
 
 


Copyright Culinair.net, All Rights Reserved.