Lettergrootte

Snel zoeken


Uitgebreid zoeken

Algerije: Historie wijnbouw

FEBRUARI 2001 - De Algerijnse wijncultuur heeft een indrukwekkende geschiedenis. Hoewel van koloniale oorsprong, groeide ze langzamerhand uit tot een diep in de Algerijnse aarde gewortelde traditie. Haar allereerste wijngaarden heeft Algerije te danken aan de Phoeniciërs. Hun vaderland, het huidige Libanon, grensde aan het land van de Meden en Perzen die regelmatig op hun schepen meevoeren (2000 tot 1500 jaar voor het begin van onze jaartelling. De Meden gaven hun naam aan het nog steeds bestaand wijngebied Medea.
Hun ‘opvolgers’, de Romeinen, zetten deze traditie voort, evenals de Berbers die in de 7e eeuw de macht overnamen. Met de Berbers begon het Islamitische tijdperk van Algerije. Toch raakte de wijncultuur niet in verval; in tegendeel zelfs. Nieuwe druivensoorten werden geïntroduceerd, zoals de muscat vanuit Alexandrië en de fayoumi uit Noord Arabië. Ook toen waren er al streken, die beroemd waren om de kwaliteit van hun wijnen, zoals Tiemcen, Medea en Mascara.
Tijdens de Franse koloniale overheersing, bloeide de wijnbouw als nooit tevoren. Het areaal wijndruiven groeide van 2.600 ha in 1830, tot 30.000 ha. aan het eind van de 19e eeuw. De Franse expertise was uiterst bevorderlijk voor de kwaliteit van de wijn, o.a. door de introductie van nieuwe druivensoorten, zoals de witte ugni, cinsault, mourvèdre, alicante -bouschet, plante mula en de cabernets. Rond 1938 telde Algerije meer dan 400.000 ha wijngaarden, die jaarlijks zo’n 2,2 miljard (!) liter wijn opleverden. Het grootste gedeelte hiervan was, zoals gezegd, bestemd voor de Franse wijnmakers, die er hun eigen wijnen mee aanlengden voor meer body en structuur. Vanwege de langdurige overheersing door buitenlandse mogendheden konden de Algerijnse wijnen zich maar moeilijk profileren. Desondanks drong de bijzondere kwaliteit een enkele keer door tot een breder publiek. Zo werden bijvoorbeeld de witte wijnen uit Mascara al in een Franse wijnkwalificatie uit 1889, waar ze op één lijn werden gesteld met wijnen uit Bordeaux, Bourgogne en de Elzas.
Na de afsplitsing van Frankrijk door het uitroepen van de onafhankelijkheid (3 juli 1962), is het snel bergaf gegaan met de Algerijnse wijnbouw. Veel, van origine Franse, wijnboeren (pieds noirs) namen ijlings de wijk naar het moederland. En nadat het land een meer islamitische signatuur kreeg, werd de wijnbouw door de overheid getraineerd en zoveel mogelijk weggedrukt. Pas eind negentiger jaren van de vorige eeuw kwam aan deze ontwikkeling een einde, maar de ooit zo welvarende Algerijnse wijnbouw stelde op dat moment nauwelijks nog iets voor. In de periode 1962-1990 kromp de omvang van de wijnbouw in van 360.000 tot minder dan 50.000 hectare, om vervolgens nog slechts licht af te brokkelen.

Uw stem telt!

Hoe vaak bezoekt u onze website?

Getting poll results. Please wait...
 
 


Copyright Culinair.net, All Rights Reserved.