Snel zoeken


Uitgebreid zoeken

Frankrijk: Algemeen. Historie wijnbouw

Niet de Romeinen, maar de Grieken moeten het, zo'n zeshonderd jaar voor het begin van onze jaartelling, zijn geweest die de eerste wijngaardjes hebben aangelegd in Frankrijk en daarvoor al langs de kust van ItaliŽ en Spanje. Fenicische en Corinthische handelslieden voeren in die tijd met hun waren langs de Middellandse Zeekusten. Op de plaats van het huidige Marseille vestigden Griekse kooplieden en zeevaarders een handelspost, die al snel zou uitgroeien tot ťťn van de belangrijkste havens van het westelijke Middellandse Zeegebied. Het was lang voor de Romeinse legioenen noordwaarts GalliŽ introkken om de barbaarse volken van West Europa aan hun juk te onderwerpen.Eťn van de producten die met regelmaat werd aangevoerd naar deze 'Griekse' havens was wijn. Afkomstig van het Griekse vasteland en van de eilanden in de AegeÔsche zee. Naarmate de Griekse handelsposten zich uitbreiden en de behoefte aan wijn toenam, werd rond Marseille op beperkte schaal begonnen met het planten van druivenstokken. Later, zo'n honderd jaar vC. gebeurde dat ook rond Narbonne, Perpignan en andere Zuid-Franse kustplaatsen.KELTISCHE WIJNBOUW?De geschiedschrijving is op dit gebied erg duidelijk. Zelfs de Franse. Al zijn er de laatste jaren door onderzoekers ook theorieŽn gelanceerd, dat er zelfs voordat de Grieken in Frankrijk neerstreken al wijn werd gemaakt, maar dan van wilde, liaanachtige druivensoorten, die van nature ook hier altijd al gedijden langs bosranden. Dat moet dan geweest zijn in de omgeving van Bergerac, waar Keltische druÔden gegist sap van in het wild groeiende druiven zouden hebben verwerkt in hun toverdranken. Gek genoeg dronken ze verder geen wijn, maar gerstebier. En echte sporen van wijnbouw vonden de Romeinen niet toen ze de Bergerac en de Bordelais rond het jaar 200 veroverden, zoals blijkt uit de vrij nauwkeurige Romeinse verslaggeving over hun veldtochten en alles wat ze daarbij onderweg tegenkwamen. Ook bij latere opgravingen is niets van Keltische wijnbouw of het cultiveren van wijnstokken teruggevonden. De meeste Franse historici gaan er dan ook vanuit, dat de Grieken de eerste aanplantingen voor hun rekening namen, maar dat het de Romeinen zijn geweest, die vervolgens de wijnstok en de wijnbouw verder over het land hebben verspreid.Toch heeft de wijnstok GalliŽ niet allťťn over land 'veroverd'. Zeevaarders bleven een belangrijke rol spelen in het ontwikkelen van de wijnbouw. Op zich verklaarbaar, want het was goedkoper om druivenstokken te importeren om daar zelf wijn van te maken, dan dure amforen wijn te importeren. Bovendien liet de kwaliteit van die wijn door de lange aanvoerweg nogal eens te wensen over. Zo weten we van de Romeinse geschiedschrijvers, dat al bij het begin van onze jaartelling wijn werd gemaakt in het meest westelijke deel van het Loire-gebied rond Angers en Tours. Dat is een paar honderd jaar eerder dan in de rest van het Loire-gebied.KLOOSTERLINGEN VERBETERDEN OVERAL WIJNMAAKPROCESVeel door de Grieken en Romeinen aangelegde wijngaarden raken in verval als het Romeinse rijk na het jaar 300 afbrokkelt en tenslotte ten aan tweespalt en corruptie ten onder gaat. Nomadische stammen uit ScandinaviŽ en Centraal Europa , die west- en zuidwaarts trekken, maken het land onveilig. Veel Romeinse emigranten en hun nazaten worden daarbij vermoord of vluchten richting ItaliŽ in de hoop daar een veiliger bestaan te kunnen opbouwen. Slechts een enkele afstammeling van de vroegere Romeinse wijnmakers en hun met de lokale bevolking 'gemengde' nazaten blijven actief. De Franse wijnbouw draait in die donkere eeuwen op een heel laag pitje. Ook vanwege de kwaliteit zijn veel GalliŽrs dan weer overgeschakeld op bier. Pas als de kerk en met name kloosterlingen zich met het wijnmaken gaan bezig houden en vervallen Romeinse wijngaarden weer ter hand nemen, begint een nieuwe fase voor de Franse wijnbouw, maar.... bier bleef ook. Het slechter wordende oppervlaktewater, waar drinkwater in die dagen werd uitgeschept, bracht dat met zich. Iedereen deed, loosde en gooide immers alles gewoon in beken en rivieren.Dat monniken zich met de wijnbouw gingen bemoeien was op zich niet zo vreemd. Ook hun ordes vonden veelal hun oorsprong in de omgeving van Rome. Dankbaar gebruik makend van de door de legioenen ooit aangelegde heirbanen zochten zij hun weg noordwaarts. Weliswaar met een heel andere boodschap en zonder bruut geweld, maar wel met grotendeels dezelfde levensbehoeftes. Wijn nam daar, zeker in gebieden waar de wijnstok goed gedijde, een belangrijke plaats bij in. Waar de wijnstok het liet afweten gebruikte men andere grondstoffen om via het gistingsproces aangename drankjes te krijgen, bijvoorbeeld appelen en peren, of ander fruit.Zowel vanuit het zuidelijke ItaliŽ, als vanuit de noordelijke Franse havens breidt de wijnbouw zich na het jaar 500 weer uit. Want nog voor de CisterciŽnzer monniken in de elfde eeuw in de Bourgogne neerstreken, om er het land te bewerken en zo in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, landden Benedictijnen via een meer westelijke route (en over zee) in het Loire-gebied. Ook zij beheersten de technieken van het wijn maken en wisten de in verval geraakte Romeinse wijngaarden snel weer nieuw leven in te blazen. Vanuit de benedenstroom van de Loire verspreidde de wijnbouw zich al in de zesde eeuw verder stroomopwaarts, tot de vanuit het zuiden begonnen kloosterlingen hun 'zeevarende' confraters tegenkwamen. In 582 refereert Gregorius van Tours in geschriften al over het opknappen van vervallen Romeinse wijngaarden door Benedictijnen in de buurt van Touraine en Sancerre. Als de CisterciŽnzers op hun beurt in de elfde en twaalfde eeuw ůůk het Loire-gebied binnentrekken, wordt de techniek van het wijn maken er nog verder verbeterd.WIJNMINNENDE STRUIKROVERSFrankrijk wordt daardoor in de zestiende eeuw al een belangrijke exporteur van wijn. Op jaarbasis verlaten aan het eind van die eeuw jaarlijks ruim 10.000 vaten alleen al de haven van Nantes. Dat is op dat moment beduidend meer dan de havens van La Rochelle en Bordeaux samen aan wijn overslaan. Rivieren als de Dordogne, Gironde, RhŰne en Loire zijn lang de belangrijkste afvoerwegen gebleven van wijn. De wegen over land waren immers eeuwenlang, tot zelfs aan het einde van de 19e eeuw een waar el dorado voor struikrovers.Alles gaat goed, tot plantenziektes toeslaan in Europa. Het begint in 1847 als de wijngaarden voor het eerst op grote schaal worden geteisterd door meeldauw en oÔdium. Schimmelziektes, waarvan men de bestrijding pas na jaren ter hand kon nemen. In 1854 werd nog slechts 10% geoogst vergeleken met de normale hoeveelheden. De ziekte werd uiteindelijk bestreden met een zogeheten bouillie Bordelaise, een mengsel van kopersulfaat met kalk. Toevallig ontdekte een wijnboer het effect van dit 'soepje'. Om te voorkomen dat zijn druiven gestolen zouden worden, gaf hij ze, terwijl ze nog aan de ranken hingen, met behulp van kopersulfaat een extra blauw kleurtje mee. Toen bleek, dat zijn perceel gespaard was voor de meeldauw en de omringende percelen niet, was de bouillie Bordelaise snel 'uitgevonden'. Overigens werd ook een ander mengsel ingezet naar Amerikaans voorbeeld op basis van zwavel en kalk gebruikt om de schimmels te bestrijden. Chemische bestrijdingsmiddelen zijn er in de twintigste eeuw voor in de plaats gekomen. Maar In de biologische wijnbouw is men echter weer teruggekeerd naar de bouillie Bordelaise.Als klap op de vuurpijl slaat in 1863 de druivenluis, de Phylloxera vastatrix, in heel Europa toe. In nog geen tien jaar tijd worden zowat alle wijngaarden door deze luis stelselmatig vernietigd. De wijnbouw lijkt verloren totdat wetenschappers in 1910 ontdekken, dat de Phylloxera geen vat heeft op bepaalde typen Amerikaanse druivenstokken, die dan ook snel massaal naar Europa worden gehaald om verder gekweekt en vermeerderd te worden. Hoewel de Phylloxera tot vandaag de dag door de wijngaarden waart en vooral in de VS nu fiks schade veroorzaakt, leeft de wijnbouw weer op. Maar er kwam een heel andere, veel minder extensieve en meer op kwaliteit gerichte wijnbouw terug. De nieuwe tijd is dan ůůk voor de wijnbouw aangebroken. In de 20e eeuw zal de Franse wijnbouw al snel een dominante positie gaan innemen op de wereldmarkt. Kwantitatief mag Frankrijk dan voorbij zijn gestreefd; in kwalitatief opzicht hebben ze die positie tot vandaag de dag weten te behouden.

Uw stem telt!

Hoe vaak bezoekt u onze website?

Getting poll results. Please wait...
 
 


Copyright Culinair.net, All Rights Reserved.