Snel zoeken


Uitgebreid zoeken

UTRECHT: Botanische Universiteits Tuinen

04-07-2002
Botanische Tuinen zijn natuurlijk allereerst bedoeld als een veilige haven voor planten. Maar in de praktijk blijkt dat ook veel, soms heel bijzondere, dieren zich in deze omgeving thuis voelen. Wie de tijd neemt en goed kijkt, kan verrassende ontdekkingen doen: de Europese ijsvogel, de ringslang, de vroedmeesterpad en zelfs de vuursalamander behoren tot de regelmatige bezoekers en bewoners van Fort Hoofddijk. (Utrecht).

Het Buitenfort is vooral een paradijs voor vogels. De groene specht woont er al jaren en ook de kerkuil werd vorig jaar gesignaleerd. Zelfs een enkel ijsvogeltje kunt u er af en toe bewonderen.In De Vlinderhof staan uiteraard vlinders centraal, die je overigens ook in de rest van de tuin regelmatig kunt aantreffen, evenals een enorme variatie aan andere insecten, zoals bijen en hommels. Wandelen door de tuinen betekent een ontdekkingstocht langs de dierenvrienden en -vijanden van onze planten. Er zijn speciale wandelingen uitgezet en er zijn geregeld mensen aanwezig die u meer over de dieren en planten kunnen vertellen. Er is een kleine informatie- en verkoop markt met o.a. een imker en de Dutch Butterflyman met grote vlinders om uw gevel mee op te sieren.


Historie

Fort Hoofddijk is aangelegd op en rondom de remises van het 19-eeuwse 'Werk aan de Hoofddijk', een onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

U vindt er onder andere Nederlands grootste Rotstuin, een bekroonde Systeemtuin, een Kassencomplex met tropische en subtropische collecties, een heemtuin en de Thematuin, een leertuin voor iedereen, opgezet rondom 18 botanische thema's.

De Botanische Tuinen van Utrecht behoren tot de oudste nog bestaande universitaire tuinen van Nederland. De Tuinen zijn opgericht in 1639, drie jaar na de oprichting van de Utrechtse Universiteit.

De eerste locatie van de Utrechtse Botanische Tuinen was het bolwerk 'Sonnenburch', de huidige Sterrenwacht, waar in 1639 een medicinale tuin werd aangelegd.

Met een oppervlak van ca. 1 hectare en ongeveer 650 soorten was de Utrechtse hortus, in vergelijking met andere botanische tuinen in Nederland, een kleine tuin.

In 1723 kocht de universiteit een ruimer en beter terrein aan de Nieuwegracht. De bijbehorende tuin werd door de toenmalige hortulanus Serrurier aangelegd volgens het plantensysteem van de Leidse hoogleraar Boerhave. Nog in het jaar van aankoop werd bovendien een oranjerie ten behoeve van kuipplanten gebouwd. In 1726 volgde een verwarmde kas voor een collectie tropische planten, gekocht uit de nalatenschap van een Haagse plantenliefhebber. De kas werd met turf gestookt.

Ondanks haar geringe omvang speelde de Utrechtse tuin, naast die in Leiden en Amsterdam, een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de systematische plantkunde in Nederland.

In 1747 ontwikkelde de toenmalige directeur en hoogleraar Van Wachendorff een eigen plantensysteem, de 'Horti Ultraiectini Index', geŽnt op het systeem van Linnaeus. Om de verwantschap tussen de verschillende plantengroepen te illustreren was uitbreiding van de voorzieningen in de tuin nodig.

De opvolger van Van Wachendorff, Johann David Hahn, bouwde daarom in 1767 aan de noordzijde van de tuin een grote oranjerie.

De benedenverdieping was zo ingericht dat hoog opgroeiende exotische bomen zoals de grote Utrechtse dadelpalm er konden overwinteren.

In de tweehonderd jaar die volgden bleven de Tuinen gehuisvest aan de Nieuwegracht.

In 1920 kreeg de Universiteit het Cantonspark te Baarn in beheer. Vanaf dat moment had de Utrechtse universiteit twee Botanische Tuinen. In Utrecht heette de tuin 'Hortus Botanicus' en de tuin in Baarn hield de naam 'Cantonspark'. Beide tuinen hadden een eigen directeur. Vanaf 1965 zijn de collecties geÔntegreerd en kwamen ze onder het directoraat van prof.dr. J. Lanjouw.

Van 1964-1987 was ook op het landgoed 'Sandwijck' in De Bilt een kascollectie ondergebracht. Deze verhuisde in 1987, samen met de collecties uit het 'Cantonspark' en de Hortus Botanicus aan de Nieuwegracht, naar het nieuwe kassencomplex in 'De Uithof'. De kassen daar zijn volgens de nieuwste inzichten gebouwd en het klimaat in de verschillende eenheden wordt met computers gestuurd.

In 1966 werd het Von Gimborn Arboretum gekocht, waar sindsdien de collectie houtige gewassen (bomen en struiken) van de Universiteit Utrecht is ondergebracht. Het is met 27 ha. het grootste Arboretum van Nederland. U vindt er onder meer een uitgebreide collectie rododendrons, berken en Tsuga's. Ook de Heidetuin is een bezoek meer dan waard.

Tegenwoordig is het grootste deel van de plantencollectie van de Botanische Tuinen te vinden in de tuinen rond Fort Hoofddijk in Utrecht en het Von Gimborn Arboretum te Doorn. De bomen, die wegens ouderdom onverplaatsbaar waren, zijn achtergebleven. De oude Ginkgo, buiten AziŽ de oudste in zijn soort ( omstreeks 1730 geplant), is daar een voorbeeld van. Deze bevindt zich nog steeds in de voormalige Hortus aan de Nieuwegracht. Op de locatie van de oude hortus is inmiddels het Utrechtse Universiteitsmuseum gevestigd. De 'Museumtuin' (voorheen de oude Hortus) is opnieuw ingericht als Museumtuin en is vanaf medio oktober 1996 toegankelijk voor het publiek.


Bereik en kosten

De Botanische Tuinen bij Fort Hoofddijk (Budapestlaan 17, Utrecht) zijn in de zomerperiode dagelijks geopend van 10 tot 17 uur. De toegangsprijzen bedragen Ä 4,50 voor volwassenen, Ä 3,50 voor houders van een Pas 65 en Ä 1,50 voor kinderen van 4-12 en houders van een U-pas. MJK is geldig.

De Tuinen zijn bereikbaar met stadsvervoer lijn 11 en 12. Voor meer informatie kunnen belangstellenden de informatietelefoon van de Tuinen bellen: 030-2535455 of de Web-pagina raadplegen: www.botanischetuinen.uu.nl

Uw stem telt!

Hoe vaak bezoekt u onze website?

Getting poll results. Please wait...
 
 


Copyright Culinair.net, All Rights Reserved.